Inwendige condensatie

Hoe komt het tot stand en wat kunt er aan doen?


Inwendige condensatie is het effect van wanden die van binnenuit nat worden door condensatie. 

Om het effect te begrijpen volstaat een eenvoudige proef.  Neem een lege waterfles die goed droog is, plaats de fles in de woonkamer, doe de dop erop en zet de fles afgesloten in de koelkast.  Als je de fles na verloop van tijd uit de koelkast neemt zal je merken dat er wat vocht inzit, inwendig gecondenseerd water.

Principe

In functie van de temperatuur kan lucht een hoeveelheid waterdamp bevatten, voor koude lucht is dat weinig, voor warme lucht is dat veel.  Er wordt gesproken over de relatieve vochtigheid van de lucht : lucht met een relatieve vochtigheid van 60% bevat 60% van de maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten op de temperatuur die ze heeft,  dat is een absolute hoeveelheid vocht.  Als de lucht afkoelt kan ze minder vocht bevatten, diezelfde hoeveelheid vocht wordt dan 80% of 90% van de maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten op die lagere temperatuur.  Als de lucht nog verder afkoelt wordt de grens van 100% bereikt en wordt de waterdamp die de lucht niet meer kan bevatten water, de waterdamp condenseert.

In wanden

Gewoonlijk is het in alle woningen binnen warmer dan buiten.  Binnen hebben we warme lucht met een hoeveelheid waterdamp ; die lucht dringt door de buitenmuren en koelt af in de muur tot ze de hoeveelheid waterdamp niet meer kan bevatten en de waterdamp in de muur water wordt.  Het condenseren gebeurt nooit in het homogene materiaal zelf, steeds op het scheidingsvlak tussen twee verschillende materialen.  Als je een normale spouwmuur neemt is het vlak van condenseren de buitenzijde van de isolatie, in de isolatie is het verschil van temperatuur het grootst en koelt de lucht het meeste af waardoor het dauwpunt bijna altijd daar zit. 

Een tweede element is de dampdichtheid, niet de waterdichtheid, van materialen.  Er zijn materialen die volledig dampdicht zijn, die geen waterdamp doorlaten ; zoals een metalen plaat, glas, roofing of elke bitumineuze dakdichting.  Er zijn materialen die weinig waterdamp doorlaten zoals pleisterwerk, een dampscherm.  Er zijn materialen die veel waterdamp doorlaten zoals baksteen, hout.  Vocht dat niet in de muur gaat hoeft er ook niet terug uit te gaan.

Een derde element waar meer rekening gehouden moet worden is het drogen, het vocht in de spouwmuur aan de buitenkant van de isolatie droogt door de buitenmuur in baksteen heen.

Als het buiten warmer is dan binnen gebeurt hetzelfde, maar in de omgekeerde richting.  In diezelfde spouwmuur wordt nu vocht opgestapeld, niet aan de buitenkant van de isolatie maar aan de binnenkant van de isolatie.  Het drogen gebeurt niet door de buitenmuur maar door de binnenmuur en het pleisterwerk.

Aan de warme kant meer dampdicht

Om te zorgen dat de muren droog blijven moet je er altijd voor zorgen dat het vocht dat in de muur condenseert terug opdroogt.  Wanden worden steeds zo gemaakt dat ze aan de warme kant meer dampdicht zijn dan aan de koude kant.  Als aan de koude kant lagen zijn die meer dampdicht zijn moeten aan de warme kant lagen bijgevoegd worden die nog meer dampdicht zijn.

Þ      Houten ramen moeten aan de buitenzijde minstens één verflaag meer hebben dan aan de binnenkant.

Þ      Voor spouwmuren is er geen probleem, meeste gevelbaksteen is poreus en dampdoorlatend.  Geglazuurde bakstenen zijn riskanter, de spouw wordt zeker geventileerd.

Þ      Hellend pannendak is er geen probleem, het onderdak aan de buitenkant moet dampopen zijn (is niet altijd zo).  Het dampscherm aan de binnenkant zorgt naast de winddichting dat er minder damp in het dak komt.  Ideaal wordt de volledige holte gevuld met isolatie.

Þ      Bij een hellend zinken dak is de zink oneindig dampdicht, naast het condenseren aan de buitenzijde van de isolatie wordt nog condensaat gevormd tegen het zink zelf aan.  Bij de traditionele zinken daken wordt het zink op een beplanking geplaatst met voegen tussen de planken en wordt er een luchtstroom voorzien tussen de isolatie en de beplanking.  Het hout van de beplanking neemt het vocht op tot het kan uitdrogen met de luchtstroom.

Þ      Voor platte daken wordt de isolatie geplaatst op een dampscherm.  Voor een dak in EPDM of bitumineus is dat gewoonlijk een eerste laag bitumen.  Bitumen zijn oneindig dampdicht, zowel aan de koude als aan de warme kant.  Een dakbekleding in PVC is meer dampopen, daar is een beperkter dampscherm nodig.

Houten daken

Voor houten daken wordt al lang een oplossing gezocht om te kunnen isoleren tussen de balken, het dak wordt dan compacter.

Een oude oplossing is het voorzien van een verluchting onder de bebording.  Op het dak worden verluchtingspotjes geplaatst die zouden moeten zorgen dat het hout onder de roofing zou moeten kunnen drogen.  Dit soort constructies kom je regelmatig tegen bij oudere daken, tal van potjes her en der over het dak verspreid.  De praktijk heeft uitgewezen dat de verluchting vanuit de potjes te beperkt is.

Een nieuwe oplossing vindt je terug in passiefwoningen die luchtdicht gemaakt worden.  De theorie is om het luchtscherm aan de binnenzijde uit te voeren als een volledig dampscherm zodat weinig vocht in de constructie kan komen.  De dakdichting wordt dampopen voorzien.  De isolatie wordt geplaatst tot tegen de bebording wat ook de vorming van condensatie beperkt.  Er wordt gebruik gemaakt van het drogen, op daken zijn er hogere temperaturen zodat de situatie waarbij het buiten warmer is dan binnen vaker voorkomt en er een droging is.  Voor het berekenen van de inwendige condensatie wordt een periode van één jaar gerekend met gekende gemiddelde temperaturen, de vochtopstapeling in koude periodes wordt berekend en gecompenseerd door een berekende uitdroging in andere periodes en gestreefd naar een veilig evenwicht.  De constructie blijft een riskante constructie.

Typische fouten

Þ      Op een hellend dak worden de pannen vervangen door roofing.

Þ      Bovendakse schouw wordt bekleed met roofing.  De stenen worden nat en vriezen kapot.

Þ      Bij een bitumineus houten dak wordt tussen de balken geïsoleerd en aan de binnenzijde geen of wel een dampscherm geplaatst.  Bitumen zijn oneindig dampdicht, de dampschermen veel minder waardoor het wat langer duurt voor de constructie nat wordt.

Þ      Niet verwarmen in slaapkamers.  In combinatie blijven de ramen gesloten om de koude niet binnen te laten en blijft de deur naar de woonkamer open om toch wat op te warmen.  Herkenbaar aan een heel lichte grijze schimmellaag op de muren of het aftekenen van de voegen tussen de snelbouwblokken.  Zoals bij een raam met enkel glas condenseert het vocht van de warme lucht uit de living op de iets koudere muren, doordat het wat kouder is in het lokaal en er warme lucht binnenkomt is het lokaal zeer vochtig.  Ofwel het raam open, ofwel de verwarming open.

Þ      Niet verwarmd of verlucht lokaal met een droogkast met luchtafvoer.  Grijze schimmel.

Þ      Inwendige condensatie bij gevelbekledingen.  Gevelbekledingen zijn niet dampopen of zijn niet verlucht waardoor condensatie optreedt. 

Þ      Kleerkast geplaatst voor een muur waarin een niet-geïsoleerde betonnen balk of kolom verwerkt is.  De kleerkast dient om te isoleren tegen de koude en doet dit ook, de temperatuur achter de kast is iets lager en er kan minder lucht aan de muur zodat er ook geen sprake kan zijn van drogen ; de muur wordt nat.  Kast verplaatsen, meer verwarmen en verluchten.

Þ      Massieve buitenmuren isoleren aan de binnenzijde met rotswol en gipskarton of lambrisering tegen een koude muur.  Condensatie treedt op aan de binnenzijde van de buitenmuur, de muur wordt nat.  De correcte oplossing is het gebruik van geëxtrudeerde polystyreenplaten waarop rechtstreeks gepleisterd wordt.

Andere

Þ      De damp uit de badkamer gaat het snelst weg door te verluchten met koude lucht, raam open.

Þ      Zeer droge lucht bij gebruik van een balansventilatie.  Reden is dat geventileerd wordt met koude buitenlucht die opgewarmd wordt in het toestel, deze lucht is uiterst droog.  Vocht bijbrengen bij het koken door recirculatiedampkap, planten die water verdampen.